Slangenbeet

Voor de duidelijkheid, een bij is zo’n zoemend beestje die raak kan prikken. De Plassen, of Plassenstein, is een mooie uitzichtberg in Hallstatt met een hoogte van 1954 meter. Al sinds wij hier nu meerdere malen per jaar komen, heb ik mij voorgenomen deze berg een keer te beklimmen. We kijken er vanuit ons huis op en volgens de kenners is het een van de mooiste uitzichtbergen. Dit korte reisverslag bevat ook een kort chronologisch overzicht van hoe de genezing van de bijensteek verliep.

Op woensdag 17 juli zijn we (Ties en ik) vroeg opgestaan. Ontbijtje, pasta gekookt en veel water in drinkflessen want het beloofd een warme dag te worden met temperaturen richting de 28 graden. Met de auto zijn we naar Hallstatt (520 hm) gereden en hebben de auto bij de lift van de zoutmijn neergezet. Omdat de lift pas om 09:00 gaat besluiten wij om 08:00 te gaan lopen vanuit het dal naar de zoutmijn. Normaal een stuk dat je in een uurtje kunt doen. Wij doen er 41 minuten over. Mooi tempo. Bij de zoutmijn is het natuurlijk nog te vroeg voor een kop koffie maar de waard is vriendelijk en wil ons wel verzorgen als wij de terras stoeltjes met de kussens willen dekken. Het is het enige rustpunt dat je onderweg tegenkomt dus we nemen het er van.

Om 10:00 gaan we verder. Eerst volg je gewoon de weg omhoog achter in het dal. Die gaat langs diverse pompstations waar het water voor de zoutmijnen doorheen wordt gepompt. Op verschillende plaatsen zie je afgesloten mijningangen. Gelukkig stroomt het water ook in kleine beekjes en daar stoppen we af en toe onze kop in om af te koelen. Want het is al behoorlijk warm. De weg loopt gestaag en slingerend omhoog. Onderweg ontmoeten we jager Gerhard met zijn Wald1 nog. Hij wenst ons veel drinkwater en rijdt bergafwaarts. Wij vervolgen de weg verder. Op ongeveer 1350 hm moet je de weg verlaten en ga je het bos in langs een slingerpad. Op deze splitsing kun je er ook voor kiezen om om de berg heen (linksom of rechtsom) te lopen en door te gaan naar de Plankenstein Alm of Ross Alm. Goed om te onthouden als ik in september met de mannen ga lopen. Het paadje gaat door het bos al snel steiler omhoog en we besluiten een korte lunchpauze te nemen in de schaduw van het bos.

Na het bos (1650 hm) kom je op de kalere en hete delen terecht. Er ligt veel steenslag wat de wandeling niet gemakkelijk maakt. Er zit zelfs een stukje klauteren tussen, leuk voor Ties, steil omhoog tegen de bergwand op. Met een zware rugzak valt dat nog niet mee. De laatste 300 meter omhoog zijn zwaar maar goed te doen. Het pad gaat in curven omhoog, rechts van de berg zoals wij hem vanuit het dorp zien. Pas dan zie je dat de Plassen eigenlijk uit twee bergtoppen bestaat. De mooie uitzichten op het dorp en het meer onder ons maakt een hoop goed. Op 150 meter onder de top belt Sorrel en verteld dat de buurman ons probeert te volgen met zijn verrekijker vanuit de achtertuin. Sorrel en Mette gaan lekker zwemmen, wij moeten nog een half uurtje verder voordat we op de top zijn.

Het laatste stukje gaat eerst nog even naar beneden, tussen de lage lärchstruiken door, over een paar laatste resten ijs en sneeuw en dan ophoog tot we op de top zijn. We hebben er 3 uur en 10 minuten over gelopen, samen met de pauzes 4 ½ uur. Een hoog gemiddelde van 7 m/min stijgen.

We zijn niet de enigen. Vlak onder de top is nog een pad vanuit Gosau dus zijn die mensen daar vandaan gekomen. De top zelf is smal en bevat een bankje met het bekende opschrijfboek en het kruis. Rondom hebben we goed uitzicht op de Dachtstein gletchers, de ski hellingen van Gosau en de Gosaukam. Ook de bekende bergen Schaffeck, Loser en Sarstein zijn rondom goed te zien. De achterzijde van de Plassen loopt steil naar beneden en bestaat uit alleen erosie, eigenlijk net als de voorkant zoals wij hem zien. Dat maakt het dat de top zelf niet groter is dan 4×2 meter. Heel ver kunnen we niet zien omdat het nogal heiig is. Voor verre zichten moet je in het najaar wandelen.

Ties schrijft onze namen in het boek, we maken snel wat foto’s en besluiten om onze uitgebreide lunch iets onder de top te nemen. Het stikt namelijk van de vliegen die continue op je gezicht gaan zitten. De pasta smaakt ons uitstekend. We nemen nog muesli repen, drinken onze flessen leeg en bewaren er eentje voor de terugreis. Ik heb even nog het idee om linksom de berg te gaan maar enig rekenwerk levert dat dit toch een extra 1 a 2 uur zal vergen en dat is teveel want het is ook nog een kleine 3 uur om weer beneden te komen. We nemen dus dezelfde weg weer terug. Bij de curven opper ik het slimme idee om af te snijden. Als we ons een beetje laten glijden door het hoge gras is dat minder vermoeiend. Ik ga voorop. Maar na een paar meter bezeer ik me ergens aan. Het doet veel pijn en mijn pink heeft een sneetje met een klein gaatje waaruit bloed sijpelt. Ik denk eerst nog aan een distel maar de pijn is te sterk voor alleen een sneetje. We stoppen dus onze glijbaan en besluiten maar verder te lopen over het pad naar beneden.

Als we bij de klettersteig zijn is mijn vinger al dik en ik weet dat de kracht die ik nodig heb in mijn handen voor die klettersteig pijnlijk zullen zijn. De 30 meter die we abseilend moeten dalen leveren inderdaad een dikke hand op. Dit is dus geen distel maar zal een beet van een bij of wesp zijn geweest. De rest van de weg naar beneden krijg ik steeds meer pijn en moet ik mijn onderarm omhoog houden. Onhandig en pijnlijk. We drinken nog een groot glas cola bij de zoutmijn en besluiten om het laatste stuk van de zoutmijn naar het dal de lift te nemen.

Met één hand stuur ik ons weer naar huis. Omdat ik tijdens de wandeltocht via FaceBook wat berichten schreef is Sorrel al op de hoogte van de bijensteek. Buurman en buurvrouw willen dus even weten hoe het ons vergaan is. Buurvrouw schrikt van de dikke arm en besluit om de dokter te bellen.

Medisch verhaal over de bijensteek. Of was het misschien een slangenbeet?

17-7. Aan het eind van de middag komt de dokter aan huis. Hij is ook van mening dat de allergische reactie wel erg heftig is. Hij hangt een halve liter infuuszak op aan het raam met 40mg Fortecortin (Dexamethason) steekt de naald in mijn arm en laat de handel in de gezonde arm druppelen. Hij geeft er wat antihistamine pilletjes bij, pakt mijn glas bier en zegt dat ik zo’n pilletje maar met een slok bier moet wegspoelen. De antihistamine is genoeg voor 5 dagen. En samen met een tubetje zalf tegen de jeuk wenst hij me succes. ‘s-Avonds slik ik een paar paracetamol tegen de pijn en kan redelijk slapen.

18-7. De hele arm is tot aan mijn oksels dik. Ook de lymfeklieren in mijn oksel zijn opgezet en pijnlijk. De hele arm is gevoelig, en met rode en blauwe vlekken bedekt. De hele dag ben ik moe en lig ik te slapen. Tegen het eind van de middag besluit ik de dokter nog een keer te bellen en hij komt graag nog een keer langs. In de keuken maakt hij een infuus van 250 ml met wederom 40mg Fortecortin. Tussendoor haalt hij een penicilline kuur Augmentin die ik 2x daags moet innemen gedurende 7 dagen. Nog een tubetje zalf en het zal beter moeten gaan.

19-7. De opgezette lymfeklieren voelen weer normaal. Maar de arm is onverminderd dik en ik ben moe en futloos. De pijn is met paracetamol wel te onderdrukken.

20-7-21-7 De arm en mijn hand wordt steeds blauwer en de pijn wordt heviger. De zwelling bij de vingers neemt iets af. De arm langs het lichaam laten hangen gaat niet vanwege de pijn. Ik moet dus blijven zitten met een dooie arm op mijn schoot. Ik slaap veel overdag.

22-7. Ik heb nauwelijks geslapen. De pijn is niet te harden en ik kan mijn arm niet te rusten leggen. Ik breng de dag door met lezen en koude natte doeken omwikkeld om mijn arm. Paracetamol werkt niet. Er is weinig aan.

23-7. Weer heb ik zeer slecht geslapen. De arm is nu niet meer zo dik maar de bloeduitstortingen zijn zeer duidelijk zichtbaar op de plaatsen waar de spieren zitten. Er op drukken doet enorm veel pijn. We besluiten om de dokter nog een keer te bellen of anders door te rijden naar het ziekenhuis in Bad Ischl. De dokter heeft spreekuur in Hallstatt en nodigt ons uit om even langs te komen. Ook zij is van mening dat dit wel erg lang duurt en dat het er duidelijk naar uitziet dat er ontstekingen zijn. Zij vraagt zich af of het misschien toch een slang is geweest? Er wordt een bloedmonster genomen en een kwartier later is inderdaad aantoonbaar dat de reactie en ontsteking nog niet over is. De HB waarden zijn te hoog. Ik krijg een setje Prednison 25mg mee voor 3 dagen en de penicilline kuur moet met 3 extra dagen worden verlengd. Plus een flesje Octenisept waarmee ik elk uur mijn arm moet inwrijven.

24-7. Als ik mijn arm wil neerleggen gaat dat wel, totdat ik ook maar een spiertje beweeg. Dan schiet de arm vol pijn en word ik weer wakker. Zo slaap ik telkens een paar minuten tot een kwartier. Met slechts een paar uurtjes slaap over de hele nacht wordt ik saggerijnig wakker. Toch merk ik in de loop van de middag een kleine verbetering. De bloeduitstorting wordt wat minder, de pijn neemt wat af. Ik besluit om op de fiets even bij de kinderen bij het meer te gaan kijken. Eigenlijk voor het eerst, afgezonderd van het doktersbezoek, dat ik weer op pad ga. En we zijn al een week onderweg…..

25-7. Weer redelijk geslapen. Wel veel wakker geworden maar ik kan de pijn onderdrukken door de arm in de lucht te steken en te vermijden dat ik me uitrek. De vermoeidheid is in ieder geval minder en ik ben in staat om dit stukje tekst te maken. De ontstekingen kan ik nu nog op twee plekken aanwijzen. Benieuwd hoe het morgen is.